Dat is lastig. Hier zien we vaak een spanning ontstaan tussen de helderheid en vooral de juridische correctheid. 

 

Natuurlijk moet een schrijver soms nuances aanbrengen uit juridische noodzaak. Toch is het ook dan zaak de helderheid niet uit het oog te verliezen.

 

Want wat als een brief juridisch doortimmerd is, maar geen lezer hem begrijpt? Wat is daar dan de waarde van? Een brief is in de eerste plaats een communicatiemiddel, geen juridisch document.

 

In zon geval is het goed de juridische context te scheiden van de communicatieve. Dat kan door de tekst op te bouwen in laagjes (kernboodschap, uitleg, juridische onderbouwing).

 

Is de brief vooral bedoeld om juridisch af te dichten in plaats van te communiceren? Dat kan, maar dan moet je geen onterechte eisen stellen aan de helderheid ervan.